De regio Valle del Cauca in Colombia staat bekend om haar suikerrietmonoculturen, bestemd voor export en in handen van enkele grote bedrijven. Deze teelten gebruiken enorm veel pesticiden en vereisen grote hoeveelheden water. Tijdens droogteperiodes, die door de klimaatverandering steeds langer en intenser worden, putten de suikerfabrieken uit steeds diepere, niet-hernieuwbare grondwaterlagen.

Naast deze ernstige milieuschade is deze agro-industrie verantwoordelijk voor zware schendingen van de rechten van werknemers. De suikerrietkappers werken in omstandigheden die dicht bij slavernij liggen en de ziekten die zij oplopen, worden zelden als beroepsziekten erkend. In een land met een zwak socialezekerheidsstelsel komen de zorgkosten zeer vaak voor eigen rekening, en wanneer zij volledig versleten en niet meer in staat zijn om te werken, ontvangen zij geen inkomen meer.
Om zich te verzetten tegen dit onrechtvaardige model hebben verschillende vakbonden uit de voedingssector, in samenwerking met lokale producentenorganisaties, de krachten gebundeld om na te denken over alternatieven en manieren om een transitie van de voedselsystemen op gang te brengen. De agro-ecologische vakbondsschool ECAS is een concreet voorstel dat kadert in bredere politieke initiatieven voor voedselsoevereiniteit, geleid door het Nationaal Netwerk voor Familiale Landbouw (RENAF).
Partners op het terrein: de Associatie voor Interdisciplinair Werk (ATI), de vakbonden SINTRACATORCE en SINALTRAINAL. Dit project wordt in België ondersteund door Solsoc en FGTB HORVAL.

