De provincie Lualaba, in de DRC, is rijk aan koper en kobalt, onmisbaar voor de energietransitie en de digitale transitie. Hoewel de industriële ontginning dominant is, vertegenwoordigt de artisanale mijnbouw bijna een kwart van de lokale productie en biedt ze een bestaansmiddel aan honderdduizenden mensen, in omstandigheden van grote precariteit.

Zonder bescherming worden de artisanale mijnwerkers dagelijks geconfronteerd met talrijke gevaren: instortingen, zuurstofgebrek, fysieke uitputting en ziekten. Hun slopende werk wordt slecht betaald. De mineralen die zij delven, worden verkocht aan opkoopkantoren, voornamelijk Chinese, die hun prijzen opleggen door te manipuleren met gewicht, gehalte en koersen.
Terwijl de rijkdommen van de provincie ten goede komen aan multinationals en een corrupte elite, ondergaan de gemeenschappen de gevolgen van de aanwezigheid van industriële mijnen. Verplaatste dorpen, in beslag genomen gronden, vervuilde rivieren, beperkte toegang tot water — de bewoners zien hun leefomgeving verslechteren, hun bestaansmiddelen verdwijnen en de ziekten toenemen. Tegen dit onrecht komen ATRAM en Mwangaza in actie. ATRAM verdedigt de rechten van de mijnwerkers en ijvert voor een beter gestructureerde artisanale mijnbouw. De coöperatie Mwangaza begeleidt vrouwen en jongeren naar veiligere en duurzamere beroepen. Samen strijden ze voor een rechtvaardigere wereld, waar iedereen waardig kan leven van zijn werk en kan bijdragen aan de ontwikkeling van zijn gemeenschap.
Partners op het terrein: CENADEP. Deze projecten worden in België ondersteund door Solsoc en door ABVV-Algemene Centrale.

